BLOG

Afgelopen week in vogelvlucht

19 augustus, 2017

Afgelopen dagen heel veel gedaan en beleefd en mogelijk dat ik niet alles of in chronologische volgorde of onthoud. Ben tenslotte ook geen 33 meer. Het laatste wat ik gepost heb ging over mijn broekincident. De dag erna zijn we een klein stukje gaan uitfietsen, via Villard Reculas naar boven en dan een bakje op de Alp d’Huez en dan naar beneden.

Vanuit ons huisje was het 2 bochten dalen en dan hop direct omhoog. Met de dag ervoor (de Parquetout onder andere) nog in de benen viel dat best even tegen om zo direct naar boven te gaan klauteren. En ik was ook wel blij dat ik 15 minuten voorsprong kreeg op Jelle, want ik voelde de bui al weer hangen. Ook moest ik vanwege het broekgedoe letterlijk wat op de blaren zitten en ik had dan ook wat moeite om in een ritme te komen. Na ja wat moeite… Behoorlijk wat moeite en toen Jelle ook vroeg of we even zouden doorfietsen hadden mijn billen en ik al besloten dat een soepje bij de Indianenbar ook prima was. Uiteraard met gratis WiFI. Al is dat met die nieuwe regelgeving niet meer het belangrijkste. Eigenlijk was het na de route van gisteren wel ok en we zijn dan ook na een drankje weer naar het huisje gedaald en hebben verder helemaal niks gedaan. De dag erna had ik bedacht dat we een rondje Sarenne konden doen, alleen dan niet vanaf de Alp d’Huez kant maar vanaf die andere kant. Leek me echt een super idee en wonder boven wonder leek het Jelle ook een super idee. Dat laatste had me zorgen moeten baren, maar ik was nog wel even in de veronderstelling dat ik gewoon het beste idee ooit had bedacht. De ochtend na een overheerlijk Frans ontbijtje met verse pain en goede koffie ben ik iets eerder gestart dan Jelle. Gewoon zodat alles wat ik dan voor hem zou fietsen hij dan van de wachttijd kon afhalen. Best een slim idee. En ik begon vol goede moed aan dezelfde route als de dag ervoor, alleen nu daalde ik verder af naar La Garde nadat ik via Villard weer de Alp d’Huez op draaide. Er was op het moment een hardloopwedstrijd bezig naar boven (!) toe toen ik naar beneden ging. Heb tijdens het dalen mijn ogen uitgekeken allemaal mannen en vrouwen (of moet ik tegenwoordig mensen zeggen?) die hardlopend, dus niet wandelend, die berg op gingen. Met diepe bewondering en respect heb ik dat mogen aanschouwen, want het zag er echt mega moeilijk uit. Nu hoop ik regelmatig op de fiets tijdens een beklimming dat ik geen lopers tegen kom omdat ik dan bang ben dat ik door ze ingehaald ga worden, maar nu ik het ook daadwerkelijk live heb mogen aanschouwen hoop ik nog meer dat ik geen hardloper berg op tegen kom. Aangekomen bij La Garde heb ik een foto gemaakt, het is misschien al opgevallen maar het lukt me echt niet om met Franse WiFi hier foto’s en linkjes te plaatsen. Dat wil die niet doen hier, ik krijg dan halve teksten of enkel rare tekens als tekst. Niet de bedoeling. Mocht ik nog ergens een gaatje vinden in Nederland dan kan ik eventueel linkjes maken van de beklimmingen hier, zodat het zichtbaar is wat voor een klim bijvoorbeeld een Parquetout is, of een Sarenne. Nou die Sarenne daar heb ik nog wel een dingetje mee. Die is best wel heel erg pittig vanuit de kant waarop we gingen en opeens snapte ik Jelle zijn oh zo makkelijke instemming met slechts 73 km fietsen die dag. Dat addertje had ik eerder door kunnen hebben, maar helaas daar kom je dan pas achter als je al lang en breed onderweg bent. We draaide bij de afslag naar links en daar BAM direct een steile klim voor mijn snoetert. Oops dacht ik toen, ik kon me van de Sarenne afdaling geheel volgens alle verwachtingen in uiteraard niet meer herinneren, maar zo steil dat had ik toch wel geweten? Niet dus. Hopend dat dit niet het hele profiel van de Sarenne zou zijn ben ik doorgefietst, uiteraard was Jelle al meters voor me, maar hee ik fietste er ook nog. In het eerste dorp wat ik tegenkwam (Mizoen) heb ik direct mijn bidons gevuld, want ik had in die eerste kilometers best gezweet en was dorstig geweest en nu leek me de Sarenne niet de klim om zonder water te komen zitten. Heel langzaam kwamen er wat herinneringen terug, vooral ook dat afdalen via deze kant niet prettig was. Maar waarom dan? Nou daar kwam ik in de eerste meters al wel achter, niet te best asfalt in combi met hoge stijgingspercentages maakt een afdaling vervelend. Maar dat betekend dan andersom ook he, hoge stijgingspercentages en niet het beste asfalt maakt een klim bergop ook niet echt makkelijker. Waar ik mijn geheugen heb gelaten deze vakantie, werkelijk geen idee. En heel misschien speelde het ook wel een beetje mee dat ik de dagen ervoor ook al gefietst had. Anderhalf uur (geen typfout) later had ik de 13 kilometer overwonnen en was ik als beloning ook even vergeten dat het afdalen naar de Alp d’Huez toe niet enkel afdalen is. Met een soort hongerklop in wording zijn we weer gestopt bij de Indianenbar en heb ik alles besteld op de kaart wat ze nog hadden, dat was in dit geval een tosti, soepje en een taartje. Dat ging er wel meer dan in zo, ik heb dat laatste stuk na de Sarenne echt onderschat wat dat betreft. Had ik geweten dat er nog een klim in had gezeten dan had ik bij Jelle om eten geleurd, want van al dat fietsen krijg je best trek. En van wat harder moeten werken om dezelfde afstand te overbruggen krijg je nog meer trek. Kortom eten op de fiets is belangrijk.

 

Na het Sarenne avontuur leek het me een heel goed idee om een dagje rust te pakken en dat heb ik dan ook lekker gedaan. Heb die dag jullie verveeld met een verhaal over de Parquetout, heb Jelle opgehaald boven op de Glandon, heb eten gemaakt, en vooral heel veel ontspannen en gerust. Heel erg langzaam begin ook ik daar wat aan te wennen Wat minder “moeten” van mezelf en wat meer doen wat mogelijk is. Nooit te oud om te leren dus ;-). Maar goed na 1 rust dag had ik ook wel weer zin in een rondje fietsen, die bergen lonken wel en nadat we ’s morgens waren gewisseld van locatie, zijn we samen op de fiets gestapt en naar Villard Reymond gegaan, deze klim is echt de moeite waard, op het profiel ziet hij er wat gemeen uit maar dat is hij eigenlijk niet. Hij is qua natuur verschrikkelijk mooi en omdat je jezelf al wat warm draait door de eerste paar kilometers van de Ornon te pakken zit je al in een fijn ritme op het moment dat hij wat steiler wordt. Aangekomen bij het dorp Villard Reymond hebben we een lunch gehad waar ik elke dag wel voor naar boven wil fietsen, serieus lekkere couscous met echt goede vulling en Jelle had een taartje WOW. Je kon daar overigens nog meer taartjes krijgen want er zaten daar twee vriendinnetjes die er in de tijd dat wij er zaten wel drie verschillende (allemaal even lekker uitziende) taartjes gingen eten. Nog een WOW, dat had ik ook wel willen doen. En als ik hiervoor elke dag voor omhoog moet fietsen of lopen dan heb ik dat er denk ik wel voor over. Scheelt ook lijnen daarna want dan heb je hard gewerkt voor je taartjes. Hoe langer ik over dat nadenk hoe beter ik dat idee vind. Helaas moeten we beide volgende week weer werken en zonder werken zijn deze top vakanties ook niet mogelijk, maar toch, het blijft een top idee. Wie weet winnen we de staatslotery nog een keer en dan heb ik opeens zeeën van tijd om zulke dingen te doen samen met Jelle. Want ondanks dat hij me nog steeds vergeet te vragen om te trouwen wil ik toch ook wel heel erg graag oud worden met die jongen. Ook als hij soms irritant snel weg fietst, honderd keer vergeet waar hij zijn eigen spullen laat, altijd alles al weet (Jellepedia noemde Roelien hem ooit en dat heb ik als waarheid overgenomen) en soms in de nacht zo hard snurkt dat je op z’n minst verwacht dat er een man van 2 meter lang en minimaal 200 kilo naast je ligt , en dat je dan kijkt en het is nog steeds gewoon Jelle van 1.80 en 70 kilo. Toch he, ondanks dit alles zou ik het zonder hem allemaal niet redden en beleven zoals ik dat nu doe. Einde lief gedoe, na de beklimming van Villard Reymond terug naar onze nieuwe stek en vanaf daar is nu het grote rusten begonnen.

Omdat rusten bij ons toch meestal betekend iets anders doen fietsen en we eigenlijk beide ook wel even iets wouden doen zijn we na het ontbijt richting Pic Blanc geweest. Dat is hier in de directe omgeving het hoogste punt waar je kunt komen. Als je jezelf stoer voelt zou je het kunnen doen op een mountainbike of te voet, maar wij zijn met de lift naar boven gegaan, via station Oz, twee keer overstappen en dan ben je voor je gevoel opeens op de top van de wereld. 3330 meter boven het zeeniveau. En (komt ie weer) WOW wat een prachtig uitzicht, we hadden ook helder weer maar je kon echt alles zien. Zoals een vrouw tegen haar dochter zei: Je bent hier op het dak van Frankrijk. Dat dochter lief daarna antwoorde: mama, dit kan nooit het dak van Frankrijk zijn, daarvoor is Frankrijk veel te groot! Dat vergeten we eventjes voor het gemak, maar voor ons voelde het inderdaad een beetje zo. Buiten dat je het ook echt wel voelt aan de lucht, is er ook geen begroeiing, enkel steen en rots. Heel bijzonder en we hebben beide onze ogen uitgekeken en uiteraard mega veel foto’s gemaakt die we nooit meer gaan gebruiken en enkel opslag innemen op onze telefoon. Met een liftje weer terug en vanaf de eerste stop zijn we een stukje naar een andere lift gelopen, op het bordje stond 50 minuten, denk dat we die tijd ook wel nodig hebben gehad. Bijzonder om hier te lopen weer, veel meertjes en vogeltjes om te bewonderen en ook super veel downhillers, Ziet er heel erg stoer uit, maar voor mij blijft het denk ik bij ziet er super stoer uit. Dan ben ik duidelijk minder stoer, al zou ik sommige stukken zeker aandurven, er zitten ook stukken bij dat ik denk: slik, laten we dat maar eventjes lopen. We waren precies op tijd terug, want terug bij het hotel ging het opeens (na ja opeens, de weerapp had het wel netjes voorspeld hoor) regenen en onweren. En je weet dat je regenhatende vriendje het naar zijn zin heeft als hij het schouwspel van aankomende regenwolken en onweer in de bergen omschrijft als een prachtig spektakel.

Vandaag hebben we onze startkaarten opgehaald. Ik heb me definitief laten omschrijven naar de Medio Fondo, deze is 66 kilometer lang en dat scheelt 100. Vind ik wel prettig en zo kan ik toch een mooie cyclo fietsen zonder dat ik mezelf over de kop rij. De route is wel anders en omdat ik voor deze route gekozen heb sla ik de Parquetout over (niet echt rouwig om overigens) en krijg ik nog een keer de Sarenne ervoor terug (oops). Ga er morgen gewoon het beste van maken, voor het eerst dat k niet voor een goede tijd wil gaan maar enkel wil kunnen genieten onderweg. En het is ook wel leuk omdat ik door deze keuze Jelle kan zien finishen. Hopelijk kan ik morgen een stoer verhaal vertellen over hoe goed Jelle alles gedaan heeft en hoe trots ik op hem ben. Maar eerst moet hij heel en zonder kleerscheuren finishen. Want ook nu heb ik net zoals in de Alsacienne opeens heel veel tijd om van allerlei rampscenario’s te verzinnen. En ik, ach ik fiets 66 kilometer en omdat het voornamelijk meer klimmen dan dalen is maak ik me om mezelf niet zo druk. Rustig blijven peddelen en dan kom ik er altijd wel.

.

De Parquetout en ander gedoe

16 augustus, 2017

Alweer drie dagen geleden waren Jelle en ik bezig met het bedwingen van DE Parquetout. Een tamelijk onbekende klim en na de beklimming ervan snap ik dat best. Al zou iedereen voor het uitzicht deze klim zeker een keertje moeten doen. Wat dat betreft is het een pareltje. Wederom snap ik echt niet waarom al die mensen dag in en dag uit die Alp d’huez op klimmen. Ik kan zo 5 andere klimmen noemen die qua uitzicht zoveel mooier zijn. Maar goed.

Zondag ochtend vroeg op, want we zouden de tweede verkenning van Les deux Alps gaan doen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik had zelf wat rust dagen gehad en had goede hoop op eindelijk wat betere benen, snelheid en energie. Ook omdat ik het steeds toch wel lullig vind dat Jelle inmiddels niet meer in minuten aan het wachten is maar in uren. Ach hij zou ook best eens wat langzamer naar boven kunnen, zie je direct ook een stuk meer van de omgeving. Feit blijft dat ik ten alle tijden langer geniet van de klim dan hij. Maar goed, rond 10 zijn we vertrokken eerst richting de Ornon, deze klim wordt hier in de omgeving vaak gebruikt als opwarmer voor de Alp d’huez, hierdoor denk ik dat hij wat onder gewaardeerd is. Zelf vind ik het een mooie en fijne klim. Je zit tussen twee bergen in eigenlijk en je klimt steeds heel geleidelijk naar boven. Het is voor mij 1 van de favorieten omdat hij zo lekker klimt. Hij is nergens gemeen en eigenlijk overal goed te doen. Boven aangekomen zat Jelle daar netjes te wachten met een kopje thee en een colaatje. En een legertje wespen, maar dat schijnt erbij te horen als het augustus is. Onderweg naar boven had ik steeds ontzettend last van zitvlak. En dat terwijl ik een goede broek aanhad, ik snapte er werkelijk niks van, iedereen heeft weleens last van de billen tijdens het fietsen, dat is een gegeven. Niet leuk maar wel waar. Maar nu, mensch ik wist soms niet hoe ik moest zitten. Dan maar staan, want zolang je staat hoef je niet te zitten. Eindelijk boven en in gedachte al minstens 2 klaagmails gestuurd naar de leverancier van de broek, kijk ik nog eens goed en ja hoor, geen idee hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar het is me gelukt, ik ben met mijn broek binnenste buiten, geen grap, geen typfout, echt waar binnenste buiten naar boven gefietst. Het enige zwakke excuus is dat de kleur zeem hetzelfde is als de broek, maar eigenlijk is dat ook geen excuus. Ik houd het op dufheid en onoplettendheid. Het enige echte domme aan deze actie is dat de pijn die ik voelde tijdens het fietsen dus de stiknaden waren van de broek, die overigens keurig netjes dus aan de buitenkant zitten en waar ieder normaal mens dus nooit last van kan hebben. Iet wat beschaamd, maar moest er stiekem ook wel heel erg om lachen heb ik netjes op het toilet mijn broek omgekeerd om vervolgens een afdaling te gaan maken richting de Parquetout en als ik toen had geweten wat die klim in zou houden weet ik niet zeker of ik er zo vrolijk heen was gefietst.

Onderaan de klim zegt Jelle; lieverd doe rustig aan het is een beest van een klim. Ik nog; hoe lang? Hij 7 kilometer. Ik denk nog, ach 7 kilometer dat is te overzien. Kan nooit erger dan de Stockue. Dat soort gekke dingen doen ze enkel in de Belgische Ardennen. En de eerste 2 kilometer snapte ik nog niet zo goed waar Jelle het over kon hebben, het was super mooi lieflijk gebied en het ging wel omhoog maar niet extreem, beetje tussen de Ornon en de Alp in qua klimgevoel, niet zo stijl als de eerste bochten van de alp, maar zeker niet zo lief als de Ornon. Stiekem bedenkend dat Jelle me weer eens voor het zooitje had gehouden durfde ik ook wat meer gas te gaan geven. Helaas was dit prettige gevoel echt maar 2 kilometer lang en toen opeens begon het, een stijle strook, kijkend op de Wahoo zag ik 17%, dacht nog dit kan ik hebben, hop een tandje erbij staan en trappen. Kan nooit lang duren dacht ik. BUMMER! Werkelijk na elke bocht hoopte ik dat het minder steil zou worden, maar echt geen grap na elke bocht zag je het weer omhoog gaan. Het was echt serieus 5 kilometer afzien, stoppen is daar ook echt geen optie, want hoe ga je jezelf dan ooit weer op de fiets krijgen? Mij lukt dat niet, denk ik. En ondanks al dat zuchten, zweten, nog meer zweten, ploeteren, heel veel zweten, en heel veel hijgen moet ik wel zeggen dat de natuur en het gebied waar de Parquetout middenin ligt, het afzien waard is. Je hebt bijna geen verkeer, het asfalt kan beter maar is niet zo slecht als op bijvoorbeeld de Sarenne en je hoort vogeltjes, krekeltjes (kunnen ook andere diertjes zijn) en koetjes. Heel veel koetjes en die koetjes vinden het uitermate interessant of gek wat je aan het doen bent en kijken al kauwend naar die idiote toerist die daar aan het zwoegen is. Eigenlijk geeft dat ook een soort van rust, het maakt het afzien gewoon wel weer lekker relatief. Boven aangekomen zat Jelle uiteraard op me te wachten, er was geen tentje dus hij had enkel zijn eigen zelf te bieden en als een soort cameraman probeerde hij te ontlokken wat ik nou had ervaren op de Parquetout. Nou lieve mensen, een prachtige klim en ik kan hem zeker iedereen aanraden, maar toch de Parquetout is een klim die ik maar 1 keertje doe. Na deze klim kwam er een afdaling richting de Col de La morte, deze klim heb ik vorig jaar vanaf de andere kant gedaan, de eerste keer daar naar boven vond ik toen echt heel erg naar, want ik was toen gewoon niet fit maar de tweede keer was tijdens de Vaujany en ik heb hem toen wel goed gedaan denk ik zo, was tenslotte derde geworden in die Cyclo. En hoewel ik hem dan ook afgedaald ben waar ik hem nu op zou gaan, ik had werkelijk geen idee meer hoe dat liep. Altijd fijn dat geheugen van mij, soms wel hoor, het is altijd weer een feestje om iets voor de derde keer te doen en er van overtuigd zijn dat het je eerste is. Scheelt Jelle ook een heleboel creativiteit in de routes plannen. Kortom een soort win-win, tenzij je het nodig hebt voor je voorbereiding. En eerst hebben we ook nog een werkelijk fantastische lunch gehad ergens, geen idee waar, maar super. Echte verse pizza en een salade zo groot. Krijg er direct weer zin in als ik er enkel aan denk. Na de lunch dalen en toen zagen we de eerste bordjes Col de la Morte, nog 22 kilometer, oh dat kon ik me niet herinneren hoor, maar goed dapper begonnen en ik moet zeggen de eerste 20 kilometer krijg je een soort van cadeau, soms wat steiler maar ook hele stukken wat valsplat en dan kon je gewoon echt lekker fietsen en genieten, want ook hier is het rustig en de natuur is mooi De dorpjes erg pittoresk. De laatste 2 kilometer kreeg ik dan weer niet cadeau en opeens kon ik me het ook weer volledig herinneren, die afdaling dat was het eerste stukje steil, maar daarna een heuse meetrap afdaling, geen wonder dat ik dit zo fijn vond. DUH! Nog 2 kilometer afzien en bovengekomen zag ik nergens een Jelle. Mmmmm niet dat het op een enkele manier mogelijk was, maar was ik dan toch verkeerd gefietst? Nee toch, met en een Wahoo, en een bord met La Morte erop en maar 1 weg leek me dit best een onmogelijke opgave, maar goed dat zeg ik die ooit verkeerd is gefietst op de Alp d’Huez, kan er weinig waarde aan hechten dus zeg maar. Toch maar even bellen met Jelle. En ja hoor, ik zat goed, maar al weer te ver ik was hem gewoon netjes voorbij gefietst. Een stukje terug gefietst en daar echt genoten van het samen zijn. Ik ben niet fit dit jaar en dat komt ook niet meer, maar hoe lief Jelle nu ook weer geduldig zit te wachten en hoe schattig hij dan vraagt hoe het met mijn energie is. Energie? Oh dat, ja dat ligt ergens halverwege de Parquetout, maar goed ben inmiddels wel het levende bewijs dat als je rustig door blijft trappen je altijd boven komt. Ook met je broek binnenste buiten en ook met ik denk wel een kwart minder inhoud dan ik gewend ben. De afdaling van la morte is fijn, ik was voor Jelle en hij heeft me niet meer ingehaald. Wiehoe, want dat is wel positief te noemen het dalen gaat dit jaar echt een stuk beter, nee ik ben geen speedy gonzales, maar ook zeker geen slakje meer. Het laatste stuk terug naar het huisje was wel echt loeizwaar, 20 kilometer valsplat omhoog langs een drukke weinig inspirerende weg en dan nog 5 kilometer klimmen naar het huisje. Die laatste 25 kilometer heb ik denk ik nog meer afgezien dan op de Rue de Tesny, de Stockue en de Parquetout bij elkaar. Hee maar ook nu was ik er gewoon en eenmaal boven was daar Jelle die een heerlijke maaltijd had gemaakt. De schat.

Uiteraard heb ik dinsdag en gisteren ook gefietst, maar daarover later meer. Jelle is vanmorgen gestart met een rondje Croix de la fer, dalen naar de andere vallei en dan bij de Glandon weer omhoog, de kant die je normaal daalt in de Marmotte, juist die geneutraliseerde afdaling, daar is hij omhoog aan het klauteren en dan heb ik beloofd om hem op de top van de Glandon op te halen. Lijkt me een goede deal. Het is een rondje wat ik dit jaar had bedacht, moeten we toch nog een keertje terug zodat ik het ook kan doen.

 

Zeg maar nee, dan krijg je er twee

12 augustus, 2017

Gisteren al geblogd en omdat ik vandaag ook nog een rustdag heb, en misschien omdat ik ook wel weet dat als ik nu niks schrijf het weer minimaal een maand duurt, had ik de heldere ingeving om dan maar 2 verhalen achter elkaar. De oplettende lezer weet dat ik inmiddels al weer sinds maandag in Frankrijk ben. En dan ook nog eens in het fietswalhalla aller tijden.

Maandag ochtend vroeg zijn Jelle en ik in de auto gestapt, werkelijk echt heel erg vroeg, gevoelsmatig nog nacht, en ik heb dan ook het eerste stuk niet gereden. Voelde niet de motivatie en heb lekker een beetje duf naast Jelle gezeten en serieus wel wat kunnen genieten van de zonsopgang. Uiteindelijk loonde het vroege opstaan wel, want files hebben we onderweg niet gehad. Denk zelfs dat in ieder geval ik, voor het eerst in mijn leven filevrij door zowel Antwerpen als Brussel ben gekomen. Soms heeft Jelle nog wel goede ideeën. Omdat we zo vroeg waren vertrokken waren we ook een stuk eerder bij de gite dan gedacht. De eigenaresse is van oorsprong een Engelse, maar woont hier al even lang als dat ik oud ben. Dat is best lang, ben tenslotte ook geen twintig meer. Na een leuke ontmoeting rijker en een prachtige slaaplocatie verder hebben we boodschapjes gedaan in een overvolle supermarche, het is best even wennen om in een hoogseizoen in een populair gebied te zitten.

Dinsdagochtend hebben we ons direct klaar gemaakt voor een rondje fietsen, want er was voor de middag regen (dat is te overzien) maar ook onweer voorspeld en dat is iets wat je niet wil als je op een berg aan het fietsen ben. Dus hop een bak kwark naar binnen, omkleden en gaan. Het was serieus leuk om te ontdekken dat ik door mijn schijfremmen daadwerkelijk minder sloom ben gaan dalen, nog steeds geen speedy gonzales in de afdaling maar ook niet meer zo traag dat de rest van de omgeving denkt dat ik stiekem ergens een extra beklimming ben gaan doen. Afin het eerste opstart rondje, het was een klein rondje met een klim naar Oz station en dan weer terug. Zo gezegd, zo gedaan. Nu is het weer in Nederland al moeilijk te voorspellen, maar in Frankrijk is het nog moeilijker, na ja in de Franse Alpen dan. Nog voor we goed en wel echt beneden waren hadden we de eerste regendruppels te pakken. Ach hoor ik Jelle nog zeggen, een klein buitje kan geen kwaad. Ik nog nadenkend; ok, beetje nattigheid is nog niet eerder iemand van gesmolten. Dus door, nu was terug ook direct een klim van 5 kilometer dus door dalen en dan via een andere klim terug naar het huisje leek sowieso een prettigere optie. Rustig doorgepeddeld en uiteindelijk via een klein hupje aangekomen bij de laatste klim, de klim naar Oz station. Zelf vond ik het inmiddels wel wat donker, maar ik verdacht mijn (overigens super coole nieuwe) zonnebril ervan dat vertekende beeld te geven. Rustig aan begonnen dus met de klim, en Jelle sprong uiteraard al weer meters voor me weg (waar die jongen die vlakke stroken in zo’n klim weet te vinden blijft me en groot raadsel). Zo langzaam aan naar boven begon het toch steeds donkerder te worden en inmiddels was ik er niet helemaal meer gerust op dat ik buiten niet droog maar ook niet onweervrij terug zou kunnen gaan. En ja hoor in de verte hoorde ik gerommel, net toen ik bedacht had in de volgende bocht stap ik af om Jelle te bellen of het niet beter is om terug te gaan, kwam hij als een soort gestoken door een bij naar beneden rijden. Ann terug, het gaat onweren! Blij dat zijn conclusie gelijk lag aan die van mij en samen zijn we direct afgedaald richting huis. Na ja huis, de gite. Het leuke aan de door mij uitgekozen gite is dat je om er te komen ongeveer 5 kilometer moet klimmen, je doet een deel van de beklimming naar Villard Reculas en dan halverwege sla je links af en dan nog 3 bochten en dan ben je er. Aangekomen bij het laatste stukje heb ik Jelle vooruit gestuurd en ben ik zo snel als ik kon begonnen aan de klim. Na ja zo snel… Mijn seizoen is nu niet echt het jubel seizoen, dus beter kan ik zeggen zo snel als ik niet zo snel kon. Halverwege zag ik een flits en een enorme knal, dit leverde me 20 hartslagen per minuut extra op en ongeveer 2 kilometer per uur sneller. Weinig effectief om het zachtjes uit te drukken. Uiteindelijk zijn we beide veilig maar goed doorweekt boven gekomen en was onze vakantie officieel begonnen.

Woensdag leek het weer beter te worden en hebben we de eerste verkenning van het parcous van Les deux alps gedaan. Weer lekker op het gemak opgestaan en rustig gestart. Omdat ik weer eens moe was had ik al snel door dat dit niet de snelste dag ooit zou gaan worden, maar stiekem heel stiekem heb ik door al dat moe zijn (ja sorry, dat moe blijft een dingetje, in Italië overigens netjes gebeld door de arts, maar toch Pfeiffer, niks aan te doen, gewoon lekker moe en rustig aan doen) heel veel tijd om ontzettend te genieten van de omgeving en dat was woensdag ook dik mogelijk, via de eerste bochten van de Alp d’Huez zijn we naar de balkon route gegaan, in 1 woord PRACHTIG (deze route is zeer hoofdletter waardig), weidse natuur, geen verkeer, super uitzichten en overal van alles te zien. Werkelijk waar ik snap niet dat al die mensen elke dag weer die Alp d’Huez opgaan, ze weten niet wat ze missen door niet te kijken naar een alternatief. Ach en misschien wel gelukkig ook, zo blijft het er ook mooi. Ook wat voor te zeggen. Denk ongeveer 20 foto’s die ik nooit meer ga gebruiken en wat uurtjes later kwamen we aan bij de klim naar les deux alps. Een mooie gelijkmatige klim, waarin ik er ook weer eens goed achter kwam dat ik nog niet in orde ben. Maar goed wel goed bovengekomen en daar heerlijk samen met Jelle genoten van een plate de jour, waarvan we overigens beide gelukkig waren dat we er eentje hebben gedeeld, want dat was een berg! Niet normaal, je had er een weeshuis van kunnen voeren. En nog lekker ook. Je kan het slechter treffen boven op zo’n berg. En besloten dat we de dag erna naar Briancon zouden rijden, want daar werd het mooi weer en in ons dal zou het weer naar en koud worden.

Donderdag ochtend weer een vroege wekker, stiekem haat ik dat, maar dit was voor een goed doel en Jelle de lieve schat vloog uit bed en liet mij me gang gaan en mijn ding doen. Na 7 jaar samen is er enk ik een goede verstandhouding gevonden zo in de ochtend. Lees; Jelle doet zijn ding en ik bungel er wat bij met een hoofd als een oorworm. Om 8 uur zaten we dan ook in de auto naar Briancon en inderdaad zodra we de Lautaret voorbij waren een zonnetje en je voelde de warmte de auto instromen, mogelijk was ik wat overdressed nu met mijn ski-jas aan. Maar goed wel lekker warm. Vanuit Briancon gestart met de boucle Izoard, een super mooi rondje, tenzij je verschrikkelijk slechte benen hebt, zoals ik. Bij de eerste trap wist ik het al dit word een hele lange dag en heel veel wachten voor Jelle. Ach dat is ook liefde denk ik dan maar. En als er iemand volleerd wachter is inmiddels dan is het Jelle wel. Niemand die zo goed kan wachten en dan nog zonder blikken of blozen kan zeggen; wat goed van je! Als je bovenkomt. Terwijl hij al ruim 40 minuten op je staat te wachten. Vandaag was het een dag dat hij wel een uur op mij kon gaan wachten als hij wat pech zou hebben. En na een korte stop in Guillestre hebben we dan ook afgesproken dat hij direct op de top van de Izoard door zou fietsen en dan met de auto zou wachten op de top, dit scheelde hem enorm veel kou lijden, want zo warm was het ook weer niet en scheelde mij druk omdat ik anders weet dat hij daar staat te verkleumen. Goede deal dacht ik zo en misschien is het dan een soort van vals spelen, want ik mis toch de laatste 20 km afdalen maar voor nu was het een goede deal. Begonnen aan de klim van de Izoard bleek dat je de eerste 14 kilometer een soort van cadeau kreeg, het was steeds wel wat omhoog maar zwaar wind mee dus toch het gevoel dat je best hard omhoog ging. Fijn is dat en ik dacht als ik dit volhoud dan ben ik over een uur boven. Alleen dan, dan begint het…. Het wordt toch een wat steile klim en dan moet je nog best een eind naar boven. Inmiddels ging ik niet meer in slokjes naar boven maar in uren. Lekker motiverend voor jezelf (not), maar mijn hele lijf liet me seizoenstrouw in de steek. Wat me hoop gaf was dat ik onderweg in dat echte afzien wat ik moest toch nog twee mensen heb weten in te halen, wat me dan toch de hoop geeft dat het niet zo slecht gaat als dat ik denk dat het gaat. Kon ik in Oostenrijk en Italië nog redelijk herstellen steeds dat lukte me nu niet meer en ik heb me er dan ook compleet aan overgeven. Wat een extra dompertje was dat was dat de wahoo 4 kilometer onder de top leeg was. En mijn bochten oriëntatie punt was daarmee ook weg. Ach ja, als je dan toch aan het zwoegen bent, dan maar helemaal. Uiteindelijk toch boven gekomen en ik werd daar ontzettend getrakteerd op een werkelijk fantastisch uitzicht. Zonder overdrijven maakte dit het afzien toch wel meer dan goed. Het was er wel super koud, tenminste dat vond ik en ik was ook blij dat na 20 minuten Jelle aankwam rijden in ons polootje. Samen hebben we een fantastische dag gehad.

En nu? Nu twee dagen rust, waarvan dag 2 vanmorgen is begonnen. Jelle is vandaag wel gaan fietsen en we zien elkaar straks beneden in Allemont voor een lunch Hij wat meer lunch dan ik. Die is nu de beklimming van de Sabot aan het doen. Een super mooie klim, maar zwaar. Hij staat de laatste 10 kilometer met een gemiddelde van 10% op de kaart en dat is best pittig. Bedenk daarbij dat er stukken onverhard in zitten en je dus harder moet werken voor dezelfde snelheid en ik vind het opeens en prima idee om nog een dag extra bij te tanken en dan morgen met hem de tweede verkenning van Les deux alps te doen.

Vakantie

11 augustus, 2017

Zo trouw als ik ben met mijn trainingsschema, zo laks ben ik met schrijven. Een iet wat rare constatering als je bedenkt dat in het schrijven een stuk minder tijd en zweet gaat zitten dan in het trainen. Mogelijk kunnen we het gewoon beter onder de noemer niet zo effectief plaatsen. In al die tijd heb ik inmiddels al weer dik anderhalve week vakantie en in die anderhalve week kan ik denk ik voor minimaal drie weken verhalen schrijven. Dat chronische gebrek aan tijd komt zeker ergens vandaan.

Als eerste ben ik de vakantie gestart met 75 kilometer fietsen op het circuit van Nűrnberg, (zie hier voor alle ins en outs). Jelle deed de 150 km en na het afleggen van onze afstanden hebben we het Baum team ondersteund, die meededen aan de 24 uurs (geen typfout) race. Mocht iemand ooit in de gelegenheid zijn om hier aan mee te doen dan zou ik het gewoon doen. Het is een evenement wat je moeilijk kunt uitleggen als je er niet geweest bent, maar je vind er van alles. Professionele teams, niet zo professionele teams, tentjes, campers, soms complete tentenkampen met alles erop en eraan, maar bovenal het is een beleving. Al voelde dat tegen het einde van de 24 uur met iet wat weinig slaap meer als een soort overleving dan een beleving ;-). De jongens van het Baum team hebben het overigens goed gedaan, kijkend naar het deelnemers veld, werden ze netjes derde bij masters 1. Doe het ze niet na, zeker niet nadat ik er 75 kilometer heb mogen verkennen. Het parcours is te doen en zeker niet onmogelijk, maar elk rondje (en 1 rondje is 25 kilometer) maak je 530 hoogtemeters, er zit een soort van hupje in, maar dan een hupje van de Jelle categorie. Een klimmetje met op het einde een strookje (niet meer dan 200 meter, maar toch een strookje) van 17%. Overdag is dat allemaal nog best overzichtelijk, maar ’s nachts heb je enkel jezelf, je lampje en met goed geluk een rood lampje voor je. Nogmaals chapeau voor het team en ik hoop dat ik door het wild blijven bakken van pannenkoeken en eieren hier een minimale bijdrage aan heb kunnen leveren.

Zondag terug naar huis, spullen pakken en naar bed, want maandag ochtend ging ik met Janine mee voor een (voornamelijk voor haar) zakenreis die startte in Oostenrijk, Praxmar om precies te zijn. Janine had de opdracht om het gebied van Innsbruck op de kaart te zetten als fietsgebied en daarbij ook de stad Innsbruck. Daar hoorde ook foto’s bij, en fotovulling. Nou en ik ging dus mee als fotovulling en hopelijk ook wat reisgezelschap. Uiteraard heb ik jullie allemaal al helemaal doodgespamt (is dat een woord? Vermoed van niet) met hoe mooi ik Oostenrijk vind en hoe fantastisch het is om daar te mogen zijn, maar nu ga ik het ook echt nog een keertje doen via hier. Oostenrijk is echt de moeite waard om een keertje heen te gaan, zomer of winter, fietsen of niet fietsen het maakt niet uit. Gewoon doen. Serieus. Omdat we ook wat qua fietsen moesten verkennen kregen we dinsdag middag, na een super gave stadswandeling in Innsbruck, een fietsgids mee. Helmut, en die arme Helmut zal wel gedacht hebben. De arme man, werd met twee meiden opgescheept die best wel kunnen fietsen (en waarvan Janine, eerlijk is eerlijk super goed kan dalen) maar die de bergen van Oostenrijk toch wel als zeer pittig ervoeren. Daarbij hadden we het geluk dat we deze route op de heetste dag van het jaar gingen doen. Vanuit Praxmar zijn we afgedaald naar Gries om vanuit dat punt te gaan klimmen naar Kűthai. Een overigens prachtige klim dwars door de alpenweide, met overstekende koeien, ezeltjes, schaapjes en zelfs een soort bizons. Fantastische vergezichten en super mooie dorpjes (na ja 2 dorpjes). Deze compensatie is ook meer dan nodig, anders zou je werkelijk nooit zomaar voor je lol deze klim doen. Het eerste stuk vanuit Gries is direct vies omhoog. Er was ons ingefluisterd dat het ongeveer twee keer achter elkaar de Stockue zou zijn, gelukkig viel dat mee, maar het stuk deed wel zijn best om in die klasse te komen. Al met al een ervaring die ik niet had willen missen. Gelukkig is Janine altijd mega enthousiast stelde dus ook voor om de ochtend erna ipv met de auto nog een keer met de fiets naar Kűthai te gaan, waar om 10 uur onze fotograaf zou zijn. Aangezien ik ook wel een soort van makkelijk over te halen ben vond het ook een goed idee om in plaats van om half 9 opstaan toch gewoon weer om half 7 op te staan zodat we rond 8 op de fiets konden zitten ipv om half 10 in de auto. Zo gezegd, iets langzamer gedaan. Om 10 uur waren we boven, beetje bezweet maar zeker tevreden. En daarna hebben we nog een hele dag in en rond dat gebied foto’s gemaakt. En zo’n fotoshoot is ook nog wel een ervaring hoor, fietsje op, fietsje af, stukje rijden, fietsje weer op, fietsje weer af, nog een keertje over want er zat net een niet goede wolk. Kortom na een dag fotoshooten (weer een woord wat je niet zo vaak hoort en naar alle waarschijnlijkheid niet eens bestaat) had ik super mega veel respect voor elk fotomodel wat er is, en dan speciaal voor degene die er dan ook nog niet bij mogen eten. Want van al dat heen en weer rijden, fietsje op, fietsje af, nog een keertje, want niet vrolijk genoeg, kreeg ik mega honger.

Na de fotoshoot zijn we weer in de auto gestapt en doorgereden naar Italië, Arabba om nog preciezer te zijn. In een zeer luxe hotel aan de voet van de passo pordoi. En inmiddels een soort van uitgehongerd hebben we daar gegeten en genoten van de kookkunst van Italië. Je kan van alles beweren maar het Italiaanse eten is toch echt een soort wonder. En je mag daar elke avond 4 keer van genieten want dat was het aantal gangen wat we kregen. Deze hongerlap werd op haar wenken bediend. Maar goed dat ik daar niet woon want dan had ik ipv de berg op enkel nog de berg af kunnen rollen als een soort opgezwollen sneeuwbal met armpjes, voetjes en een dotje haar. Nagenietend van al dat lekkers vertelde Heiko (de fotograaf) dat hij de volgende ochtend graag foto’s zou maken van het eerste licht. Dacht ik eerst nog hij maakt een grapje, was hij toch echt bloedserieus, dat was dus nog een keer vroeg op. Maar eerlijk is eerlijk, die zonsopgang daar op de passo pordoi had ik toch echt niet willen missen en het was het vroege opstaan meer dan waard. Want Oostenrijk is mooi, maar Italie is ook echt prachtig. Het was jammer dat we ook net echt in het hoogseizoen er waren waardoor er echt mega veel verkeer is, maar als je er in mei/ juni of september komt denk ik dat je er de meest prachtige natuur hebt die je jezelf kunt voorstellen. De wilde bergen met toch een soort liefelijke uitstraling door de haarspeldbochten maakt het echt uniek om daar te zijn. Alsof je in een reclame terecht gekomen bent. Ook nu weer de hele ochtend foto’s maken en weer fietsje op, fietsje af, stukje rijden, weer fietsje op, fietsje af, nog een keertje want die koe staat net toch echt te kakken en dat kan niet. Zeg het nog een keertje maar ik krijg van dat alles om een of andere rare reden verschrikkelijke trek en ben ook de beroerdste niet om dat meerder malen aan te geven. Had ik eerst nog medelijden met fietsgids Helmut, dan vermoed ik dat Heiko wel gedacht moet hebben wat heb ik nou weer aan mijn broek, die wil alleen maar eten. In de middag hadden we tijd voor onszelf die we hebben benut door de Sella ronda andersom te rijden. WOW, mooie uitdagende klimmen weer en uitzichten waardoor je stiekem gaat nadenken om je op te geven voor een aflevering van Ik-vertrek. Omdat we laat in de middag gingen hadden we de laatste twee uur ook een stuk minder verkeer waardoor je ook daadwerkelijk meer kon genieten van alles om je heen. De vrijdag hebben we nog alle klimmen gedaan in de vorm van een rondje waar we ook foto’s gemaakt hebben, zo kan Janine een goed verhaal op papier zetten en ik kijk uit naar de resultaten. Het stuk over Oostenrijk komt in maart in bike en trekking en het stuk over Italië weet ik niet. Het is de moeite waard om te lezen dat weet ik zeker, als is het alleen al omdat ik voor het eerst in mijn leven een keertje niet als een complete idioot op de foto sta in een gebied waar je verliefd kan worden op het gras. Geen grapje.

Zaterdag ochtend vroeg terug gereden en na een voorspoedige reis namen we na een week afscheid op de carpoolplaats bij Arnhem,. Lieve Janine nogmaals bedankt voor deze ervaring, ik heb genoten van elke seconde, zelfs van het honger hebben, want daarna kwam altijd weer een fantastische maaltijd en mocht je nou ooit weer iemand nodig hebben dan hoop ik stiekem dat je aan me denkt.

 

 

 

 

 

terug naar home

 

 

© Copyright - My Company